Practicumlokaal inrichten: veiligheidszones, ventilatie en NEN-toetsing
Een practicumlokaal is geen ruimte met tafels erin. Het zijn drie zones die elk iets anders van u vragen: de leerlingwerkplekken, de demonstratieopstelling en de chemicaliënopslag. Wie het lokaal als één geheel inricht, kiest overal het gemiddelde en komt daarmee in alle drie de zones tekort.
Hieronder staat per zone wat er geldt, welke normen echt van toepassing zijn, en hoe u zelf nagaat waar uw lokaal staat.
Zone 1: de leerlingwerkplekken
Dit is de grootste zone en de plek waar capaciteit botst met veiligheid.
Reken niet in vierkante meters per leerling, maar in werkbladlengte per werkplek. Dat is de maat die bepaalt of leerlingen daadwerkelijk kunnen werken. Het vloeroppervlak volgt daar vanzelf uit.
Let verder op de loopruimte. Leerlingen die rug aan rug werken hebben duidelijk meer tussenruimte nodig dan bij een opstelling langs de wand. Beoordeel dit altijd in een vol lokaal met de apparatuur opgesteld — niet in een leeg lokaal.
Voor het werkblad is solid surface hier meestal voldoende: naadloos, en schade is eruit te schuren. Bij zware chemische belasting kiest u epoxyhars.
Zone 2: de demonstratieopstelling
Hier wordt het vaakst bespaard, en dat is precies verkeerd om.
Op de demonstratietafel doet de docent juist de proeven die voor leerlingen te risicovol zijn. Deze tafel verdient daarom minstens zo'n zwaar werkblad als de leerlingtafels, en meestal zwaarder. Het gaat om één blad op een lokaal van dertig; het prijsverschil is verwaarloosbaar.
Zorg daarnaast dat dampende demonstratieproeven in de zuurkast kunnen, dat elke leerling zicht heeft zonder dichterbij te hoeven komen, en dat de docent gas en elektra centraal kan afsluiten zonder van zijn plek te lopen.
Zone 3: de chemicaliënopslag
Scheid stoffen die met elkaar kunnen reageren. Dat is de kern, en dat geldt ongeacht welke regelgeving formeel op uw school van toepassing is.
Over PGS 15 bestaat veel verwarring. Die richtlijn kent ondergrenzen per stofklasse. Blijft u daaronder, dan valt uw opslag er buiten. Maar buiten PGS 15 vallen betekent niet dat er niets geldt: de Arbowet en uw eigen RI&E blijven gewoon van kracht. Inventariseer dus eerst wat u werkelijk in huis heeft, per stofklasse.
Regel meteen ook de opvangbakken, de afsluitbaarheid, het sleutelbeheer en de afvoer van chemisch afval.
Opbergsystemen voor laboratoria vallen onder NEN-EN 14727.
Ventilatie en gas
Ventilatie. U heeft twee systemen nodig: ventilatie van de hele ruimte, en afzuiging bij de bron via de zuurkast. Het benodigde luchtdebiet volgt uit het aantal zuurkasten en hun gebruik — begin daar, niet bij een luchtwisselingsgetal. De zuurkast zelf valt onder NEN-EN 14175, met NPR 4500 als Nederlandse praktijkrichtlijn.
Gas. Let hier op, want dit gaat vaak mis. Voor gasinstallaties geldt NEN 8078 in bestaande gebouwen en NEN 1078 bij nieuwbouw. Omdat vrijwel elk practicumlokaalproject een renovatie is, is NEN 8078 voor u de relevante norm.
De norm NEN 3134 wordt hier regelmatig genoemd, ook door leveranciers. Dat klopt niet: die ging over elektrische installaties in medische ruimten en is al sinds 2005 ingetrokken. Komt u hem tegen in een offerte, dan weet u genoeg over de normenkennis van die partij.
Verder gelden een paar dingen die u zo kunt zien: geen losse gastankjes in het lokaal, gasslangen met GASTEC-keurmerk (nooit een vacuümslang), en verhittingsapparatuur die jaarlijks gekeurd is en vóór elk gebruik even wordt nagekeken op scheurtjes in de slang.
Zelf controleren waar u staat
Deze lijst laat u binnen een dagdeel zien waar de gaten zitten. Het is een voorbereiding op een keuring, geen vervanging ervan de gasinstallatie en de zuurkast moeten door een bevoegde partij worden gekeurd, en de RI&E blijft de verantwoordelijkheid van de school.
- Werkbladlengte per leerling getoetst bij volle bezetting
- Loopruimte gecontroleerd mét apparatuur opgesteld
- Vluchtroutes vrij bij elke gebruikte opstelling
- Demonstratietafel minstens zo zwaar uitgevoerd als de leerlingtafels
- Gas en elektra centraal afsluitbaar vanaf de docentplek
- Voorraad per stofklasse geïnventariseerd
- Reagerende stoffen gescheiden, kasten afsluitbaar, sleutelbeheer geregeld
- Ruimteventilatie én zuurkastafzuiging aanwezig en in gebruik
- Zuurkast gekeurd, onderhoud belegd
- Gasinstallatie gekeurd door een gecertificeerd bedrijf
- Gasslangen GASTEC-gekeurd en visueel gecontroleerd
- Nooddouche en oogdouche bereikbaar, looplijn vrij
- RI&E actueel en afgestemd op de proeven die u echt geeft
Veelgestelde vragen
Welke norm geldt voor de gasinstallatie?
NEN 8078 in bestaande gebouwen, NEN 1078 bij nieuwbouw. NEN 3134 wordt hiervoor vaak ten onrechte genoemd; die is sinds 2005 ingetrokken en ging over medische ruimten.
Kan ik mijn lokaal zelf toetsen?
U kunt zelf vaststellen waar afwijkingen zitten en wat prioriteit heeft. De keuring van gasinstallatie en zuurkast hoort bij een bevoegde partij, en de RI&E bij de school.
Moet het hele lokaal hetzelfde werkblad krijgen?
Nee. Kies per zone. De demonstratietafel verdient de zwaarste uitvoering, ook als de leerlingtafels lichter zijn.
Related articles