Capaciteit en indeling van een HBO of universitair lab bepalen
De capaciteit van een HBO of universitair lab wordt bepaald door een aantal variabelen: het aantal studenten per practicumronde, de aard van de

Een gestructureerd kader voor technisch beheerders, architecten en aannemers om de juiste capaciteit en indeling van een HBO of universitair lab te bepalen, op basis van vierkante meters per student, werkveiligheid, installatietechniek en flexibiliteit.

De capaciteit van een HBO of universitair lab wordt bepaald door een aantal variabelen: het aantal studenten per practicumronde, de aard van de werkzaamheden en de benodigde vluchtwegen. Voor een algemeen chemisch practicumlokaal rekent u met een ruime netto werkruimte per student, exclusief gangpaden, opstellingen en zuurkasten. Voor instrumentele of biotechnologische labs ligt deze norm hoger, afhankelijk van apparatuur en bioveiligheidsniveau. De werkvorm bepaalt de ruimte.

Veiligheidsnormen zijn leidend: het Arbobesluit, NEN-EN voor zuurkasten en NEN-EN voor labmeubilair vormen het kader. Installatietechniek is sturend. Flexibiliteit telt zwaar. Doorstroming is meetbaar. Voor een concreet indelingsadvies is een inventarisatie op locatie bij S+B een mogelijke vervolgstap.